Wie voor het eerst tegenover een Wyrm staat, maakt vaak dezelfde fout: ze allemaal als hetzelfde soort gevaar behandelen. De kronieken van de Orde, verzameld over meer dan drie eeuwen observatie, wijzen op een duidelijker onderscheid dan de meeste nieuwe Wardens beseffen.
De eerste categorie, door de vroege kroniekschrijvers de Vergankelijken genoemd, zijn de snelste maar ook de zwakste van de drie hoofdtypes. Ze vallen doorgaans in groepen aan, met weinig individuele kracht maar met een neiging om verdedigers te overweldigen door aantal. Een enkele Vergankelijke vormt zelden een reëel gevaar; een zwerm ervan kan een onvoorbereide wachtpost binnen enkele minuten overrompelen.
De tweede categorie, de Verstenden, bewegen trager maar dragen een pantser dat de meeste conventionele wapens nauwelijks doorboort. Verslagen uit het archief suggereren dat enkel geconcentreerde aanvallen op specifieke zwakke punten — doorgaans rond de gewrichten van hun stenen omhulsel — effectief zijn. Ongeduldige Wardens die deze zwakke punten negeren, verspillen doorgaans hun volledige wapenvoorraad zonder noemenswaardig resultaat.
De derde en zeldzaamste categorie krijgt in de kronieken zelden een gedetailleerde beschrijving — de meeste ontmoetingen ermee eindigden niet met een overlevende kroniekschrijver. Wat wel bekend is: deze wezens verschijnen zelden alleen, en hun aanwezigheid gaat vrijwel altijd gepaard met een merkbare verzwakking van de Rift zelf.